Patroon hollen of stilstaan

Hollen of stilstaan. U kent dat vast wel. Zeker als u chronische pijn heeft. ‘Goede’ dagen wisselen zich af met ‘slechte’ dagen. Op een goede dag gaat u enthousiast aan de gang met allerlei activiteiten en neemt u rust als het niet meer gaat. Zodra het weer beter gaat, gaat u weer met volle moed tegenaan totdat het niet meer gaat. Dit noemen we het patroon van hollen of stilstaan.

Dit patroon kan ook aan de hand van het zaagtandmodel beschreven worden: korte perioden van intensieve activiteit worden opgevolgd door lange perioden van inactiviteit; toenemende inactiviteit werkt verlichtend op korte termijn, maar is funest op lange termijn: de conditie verslechtert zienderogen, de spieren verslappen.

Wanneer u op goede dagen actiever bent, dingen doet waar u anders niet aan toe komt of gewoonweg profiteert van een goede dag, is de kans groot dat u de volgende dag het nadelige effect daarvan ervaart: “dan heb ik veel pijn”, ”dan word ik gestraft”, “moet ik boeten voor die goede dag”. Het activiteitenniveau van die dag en vaak ook nog de dagen erna is meestal veel lager.

Uiteindelijk herstelt u weer en een volgende ‘goede’ dag/periode komt eraan. U zal weer meer gaan doen.  U wilt immers vaak niet stilzitten maar vooruitkomen (“je wil toch zo graag” en/of “noodzakelijke activiteiten die moet je dan doen”) maar valt telkens weer terug.


Duidelijk wordt dat het functionele niveau steeds verandert en dat u op basis van de pijn functioneert. Dit is “normaal” gedrag. U doet erg uw best doet om vooruit te komen. Maar wat zijn de consequenties van deze manier van omgaan met pijn en actief zijn? Leidt dit tot conditiewinst? Leidt dit tot verbetering van activiteitenniveau? Waarschijnlijk niet. U heeft ervaren dat u steeds meer achteruitgegaan bent qua activiteiten. Door op deze manier van functioneren (wisselend “teveel” en “te weinig” doen) heeft het lichaam steeds meer tijd nodig om te herstellen en zal uiteindelijk het activiteitenniveau alleen maar meer achteruit gaat.

Een geleidelijke stapsgewijze opbouw zal wellicht meer rendement kunnen opleveren als alternatief voor uw huidige manier van functioneren. Dat betekend op goede dagen niet teveel (reserves houden) doen en op slechte dagen toch actief zijn (conditie onderhouden). Daardoor kunnen forse schommelingen in niveau van functioneren minder worden en kan er constanter gepresteerd worden. Hierdoor weet u waar uw grenzen liggen en vermindert onzekerheid of u het wel of niet kan.

 Dit kan u doen door:

  • Uw activiteiten rustig op te bouwen (bv elke dag 15 minuten wandelen en dit uitbreiden naar 30 minuten per dag)
  • Voldoende rustmomenten in de dag inbouwen

Bronnen:
Palmen C, Hoogervorst C, Köke A, (2009), Geen lichamelijke oorzaak voor de pijn – leg dat maar eens uit, Nederlands Tijdschrift voor Pijn en Pijnbestrijding, 28 (40).

A.H.J. Vedder-Spijkers, Zorgwijzer fibromyalgie, http://internetbladeren.nl/pub/20150224-smk-zorgwijzer-fibromalgie/#p=30